M1

BMW M1Het ontstaan van de BMW M1 ligt in de autosport. BMW wilde de consument lokken die normaal een Ferrari, Aston Martin, Jaguar, Lotus kocht. De fabriek wilde binnen twee jaar 400 stuks van de straatversies op de markt hebben (homologatie), en ging ervan uit dat dit doel in het voorjaar van 1978 zou zijn gehaald. De voorloper van de BMW M1 was de BMW Turbo met vleugeldeuren. Ook deze auto had een middenmotor en opklaplampen. Er zijn er 2 van gebouwd die nu beide in musea staan.

De langdurige geruchten dat BMW aan een bijzonder project werkte werden in het voorjaar van 1977 op de Autosalon van Genève bevestigd. Intern kreeg het project de naam E26. Het productieaantal van 800 was te klein naar de maatstaven van een gewone autofabrikant. Er werden externe partners gevonden in de oude samenwerkingspartners Lamborghini en Michelotti. ItalDesign ontwerper Giorgetto Giugiaro ontwierp de carrosserie van het bijzondere project. Lamborghini en BMW Motorsport Gmbh zorgden voor de constructie en montage. De aandrijving, een van de specialiteiten van BMW, lag in handen van Martin Braungart en Paul Roche. Er werd getwijfeld tussen een acht- of twaalfcilinder motor. Uiteindelijk werd ervoor gekozen een bestaande M30 zescilinder te modificeren. Voor de M88 motor van de M1 werd alleen het blok van de M30 gebruikt. Daarnaast werd een nieuwe cilinderkop ontwikkeld, alsmede mechanische benzine-inspuiting en een dry-sump smering. Uiteindelijk was de motor pas medio 1977 klaar.

M3

BMW M3De M3 is erg schaars en daardoor ook duur. De E30 M3 wordt door veel BMW-fans als de laatste echte (lichte, wendbare) BMW-sportwagen gezien. De 320i en 325i werden na 1988 trager en minder zuinig door (o.a.) de verlaging van de compressie in verband met het installeren van de katalysator. De 6-cilinders zijn echte toerenmotors en worden pas echt sterk vanaf zo'n 3500 à 4000 toeren. De viercilinders zijn relatief sterker onderin. Van de 325i is er een vierwielaangedreven versie geweest, de 325ix met een fenomenale wegligging.

In andere landen zijn speciale uitvoeringen van de E30 verkocht. In Italië en Portugal was er om wegenbelastingtechnische redenen bijvoorbeeld de 192 pk sterke 320is, met een tot 2 liter verkleinde S14 (M3-motor). In Zuid-Afrika was er ook een 333i met een 3,2 liter M30 6-cilindermotor die 197 paardenkrachten via het differentieel naar de achterwielen stuurde. Na de E30 kwam de zwaardere en meer verfijnde E36. Het echte sportkarakter van de snelle, lichte en makkelijk uitbrekende E30 verdween echter in dit nieuwe model.